Autisme-en-Inlevingsvermogen-2.jpg

Autisme en Inlevingsvermogen

Autisme en Inlevingsvermogen

Wat gaan de weken snel! We zijn al weer toe aan het vijfde blog uit de Serie ‘Autisme & … ‘. Autisme en inlevingsvermogen. Vorige week hebben we het gehad over ‘Autisme en Vrije Tijd’, daar heb ik een aantal leuke reacties op gehad. Daar ben ik erg dankbaar voor! Deze week autisme en inlevingsvermogen!

Ik begin steeds meer in KOEKIE – taal te bloggen. In dit blog heb ik het bijvoorbeeld veel over ‘Lijntjes’en ‘Cirkeltjes’. Als je nog niet goed weet wat ik daarmee bedoel, raad ik je aan eerst de blogs uit de serie ‘Autisme, Hoe zit het nou écht?‘ te lezen:

Autisme: Hoe zit het nou écht?! Deel 1 Zintuigen
Autisme: Hoe zit het nou écht?! Deel 2 Hersenen
Autisme: Hoe zit het nou écht?! Deel 3 Gedrag
Autisme: Hoe zit het nou écht?! Deel 4 Begeleiding
Autisme: Hoe zit het nou écht?! Deel 5 Ontwikkeling

Iemand heeft mij gevraagd waar ik deze blogs op baseer en ik kan me goed voorstellen dat daar meerdere mensen benieuwd naar zijn. De informatie die ik opschrijf komt voort uit een combinatie van het lezen van artikelen en onderzoeken, 10 jaar ervaring met het werken met kinderen met autisme, mijn opleiding pedagogiek, gesprekken met ouders, tips en uitleg van kinderen met autisme, Facebookgroepen waar ouders met elkaar praten over onderwerpen die hen bezig houden m.b.t. autisme en vooral vanuit mijn hart voor kinderen (met autisme). Ik probeer informatie op een simpele en overzichtelijke manier te bundelen.

Mijn doel is om met elkaar waardevolle blogs te maken waar mensen inspiratie en tips uit kunnen halen.

Autisme en inlevingsvermogen, je komt het veel tegen als je op zoek gaat naar informatie over autisme. Waarschijnlijk heb je één of meerdere van de volgende beweringen gehoord of gelezen:

Een kind met autisme:

  • Kan geen vriendschappen onderhouden
  • Kan zich moeilijk in iemand anders inleven
  • Heeft problemen in de sociale interactie
  • Kan moeilijk contact maken met andere mensen
  • Maakt meestal geen oogcontact
  • Begrijpt een sociale situatie vaak niet
  • Voelt niet goed aan wat wel en niet hoort
  • Heeft moeite met wederkerigheid
  • etc……..

Ik vraag me af hoeveel van jullie bovenstaande uitspraken ook écht herkennen bij zijn of haar kind / leerling? Waarschijnlijk zal je er deels wat van herkennen, maar het is nooit zo zwart-wit als dat je leest in de vele artikelen en boeken die erover geschreven zijn. Het komt soms bijna over alsof kinderen met autisme geen gevoel hebben, helemaal niet weten wat ze met anderen aan moeten en in een eigen wereld leven. Ik kijk hier op een andere manier tegenaan, mede doordat ik bovenstaande uitspraken, bij niet één van de kinderen die ik in de afgelopen tien jaar begeleid heb, écht herken.

In de serie blogs ‘Autisme, Hoe zit het nou écht?’, heb ik uitgelegd hoe de informatieverwerking bij kinderen met autisme verloopt. Hoe meer informatie er tegelijk in de hersenen nog niet uit de knoop is gehaald, hoe moeilijker het wordt om op een juiste manier te reageren. Ik ga hier verder in het blog dieper op in, eerst wil ik kort uitleggen wat inlevingsvermogen eigenlijk inhoudt.

De ‘normale’ ontwikkeling van empathie

Empathie of inlevingsvermogen is eigenlijk de mogelijkheid om jezelf te verplaatsen en in te leven in iemand anders. Je moet dan de gevoelens en gedachten van iemand anders kunnen begrijpen of zelfs bedenken en daar op een passende wijze op reageren. Sociaal reageren betekent reageren op een manier die fijn is voor de ander en soms zelfs je eigen belang even op de achtergrond plaatst.

De ontwikkeling van dit inlevingsvermogen begint ongeveer op twee jarige leeftijd, maar is dan nog lang niet klaar! Een peuter gaat zich bijvoorbeeld wel interesseren voor anderen, maar blijft zichzelf toch altijd in het middelpunt plaatsen. Als een kind ongeveer vier jaar oud is gaat het anderen steeds beter begrijpen en het kind gaat daar ook steeds passender op reageren. De situatie moet wel helemaal duidelijk zijn, want anders is het moeilijk.

Bijvoorbeeld: een kindje van vijf komt huilend de klas binnen, zijn klasgenootje heeft niet gezien waarom hij huilt, dus hij kijkt wel even, maar gaat daarna verder met waar hij mee bezig was. Even later stoot een ander klasgenootje zijn hoofd tegen een tafel, hij begint te huilen en meteen zijn er twee kinderen die hem over zijn ruggetje komen aaien. Zij hebben gezien wat er gebeurde en kunnen zich goed voorstellen dat dat pijn doet.

Doordat ze gezien hebben wat er gebeurde, kunnen ze zich ineens inleven. Hoe ouder kinderen worden hoe beter ze alle gevoelens en gedachtes van anderen gaan begrijpen. Ook wanneer ze de situatie niet meekrijgen, of als deze niet direct gekoppeld is aan bepaald gedrag.

Bijvoorbeeld: een kind van acht vraagt aan haar broertje of ze mee mag spelen met kwartet, haar broertje zegt boos ‘nee’. Het meisje begrijpt dat hij boos is omdat hij het vorige potje verloren had, niet omdat zij vroeg of ze mee mocht doen.

Theory Of Mind

TOM betekent Theory Of Mind en daar wordt het volgende mee bedoeld: De mogelijkheid om je voor te stellen hoe een bepaalde situatie voor iemand anders is. Als een kind een situatie ziet moet het verschillende lijntjes aan elkaar knopen om tot een conclusie en een verplaatsing te komen. Het kind moet bijvoorbeeld zien, in wat voor bui iemand is, wat de situatie is, wat voor lichaamstaal er gebruikt wordt etc.

Bij een kind zonder autisme wordt deze ‘TOM’ vanaf de geboorte ontwikkeld, zoals ik ook hierboven beschreef. Er worden eigenlijk duizenden cirkeltjes aangelegd, zonder dat daar uitleg aan te pas hoeft te komen. Bij kinderen met autisme worden deze cirkeltjes niet of minder aangelegd, doordat ze niet alle lijntjes uit elkaar geknoopt kunnen krijgen. Ze hebben daarom minder cirkeltjes paraat in situaties waarin ze die eigenlijk nodig hebben. Van een klein kind wordt het nog wel geaccepteerd dat het nog niet precies weet hoe hij of zij moet reageren, maar hoe ouder je wordt, hoe vreemder het overkomt.

Inlevingsvermogen en intelligentie

Er is een groot verschil te zien tussen kinderen met autisme met een hoge en lage intelligentie, met betrekking tot inlevingsvermogen. Kinderen met autisme en een hoog IQ zijn zich over het algemeen bewuster van het feit dat ze die ‘cirkeltjes’ moeilijk kunnen maken en opslaan. Het lijkt wel alsof ze daarom een soort van imitatie ontwikkelen om minder op te vallen. Ze kunnen zich dan sociaal aangepast gedragen, terwijl ze eigenlijk niet goed begrijpen wat er gaande is. In plaats van de lijntjes uit elkaar te halen, gaan ze anderen imiteren. Dit kan heel vervelend zijn voor het kind zelf, omdat ze heel veel lijntjes in de tussentijd niet uit elkaar halen in hun hoofd, waardoor er uiteindelijk een ontploffing ontstaat! Herkenbaar?

Bij kinderen met autisme en een laag IQ lijkt dit bewustzijn over het algemeen minder sterk aanwezig. Zij reageren impulsief, zonder zich daarover direct vervelend te voelen. Pas als iemand laat merken dat de reactie ongepast is, worden ze zich hier (soms) bewust van.

Gedrag aanvoelen of gedrag begrijpen?

We gaan weer even terug gaan naar de cirkels die worden gevormd in de hersenen van kinderen met autisme: INFORMATIE – SITUATIE – INTERPRETATIE – REACTIE.  De hele dag door komt er heel veel informatie binnen die met elkaar in de knoop raakt, bij sociale situaties is er vaak heel veel informatie en is het dus moeilijker om alle lijntjes op de juiste manier uit de knoop te halen. Het duurt even, maar dan is de situatie meestal al voorbij, of komt het vreemd over als er nog gereageerd wordt.

Kinderen met autisme zijn heel gevoelig, misschien zelfs wel hoog sensitief en kunnen met hun ‘hart’ heel goed aanvoelen dat er een sociale situatie om hen heen gaande is, maar het kost de hersenen gewoon meer tijd om hier op de juiste manier op te reageren en door alle lijntjes gaat dit ook wel eens ‘fout’. Dit wil ik uitleggen door middel van een voorbeeld:

Autisme en Inlevingsvermogen 2

In bovenstaande afbeelding staan twee kids, één kind heeft zich bezeerd aan een spijker in de muur. Het kindje met autisme heeft veel in zijn hoofd en ziet het andere kind staan. De informatie (wat hij ziet, hoort, ruikt, voelt en proeft) komt binnen, deze informatie raakt verstrikt in alle andere informatie die hij al in zijn hoofd heeft. Zijn gevoel (zie het hart) vertelt hem duidelijk dat er iets is gebeurd en dat er iets van hem verwacht wordt, maar zijn hersenen werken niet heel soepel mee. Hij gaat hard aan de slag met de informatie en probeert eerst in zijn geheugen een -al gemaakte- cirkel te halen, dat kost minder energie en is makkelijker. Als er een cirkel gevonden is, is het nog maar de vraag of het in deze sociale situatie ook klopt. De cirkel van bijvoorbeeld ‘een sleutel moet je omdraaien om de deur open te krijgen’ is simpel en zal (bijna) altijd werken, maar bij sociale situaties is het altijd weer anders en werken de opgeslagen cirkeltjes niet altijd.

Als er geen cirkels zijn voor deze situatie, moet hij verder werken om de informatie de juiste route te laten volgen. Ik heb in het schema hieronder een aantal mogelijke routes uitgeschreven. Er zijn er nog veel meer, maar dit is om een beeld te geven van wat er in het hoofd om gaat.

Schema inlevingsvermogen1

Je ziet dus dat het er maar net aan ligt welke route de informatie aflegt, hoe het kind uiteindelijk reageert. Hierbij heb ik alle andere informatie die misschien al in het hoofd zit, niet eens verwerkt in het schema! Het kan ook zo zijn, dat het kind zich (net als in de kleuterfase) afsluit voor de situatie omdat het hem te veel wordt. Hij reageert dan niet, gaat weg, gaat zuchten, wordt boos, gaat huilen of verstopt zich. Eigenlijk baalt het kind er op dat moment van dat hij zijn ‘hart’, gevoel, niet kan beantwoorden, doordat zijn of haar hersenen op dat moment niet snel genoeg meewerken.

Hoezo niet sociaal, geen inlevingsvermogen of empathie? Het kind werkt hard, maar moet zichzelf ook beschermen tegen oververhitting van de hersenen! In rustige periodes zal het kind zich beter kunnen redden in sociale situaties, dan in drukke periodes. Hoe meer ronde cirkeltjes al in het geheugen liggen, hoe makkelijker. Hoe voorspelbaarder de situatie, hoe meer ruimte ze hebben voor lijntjes uit de sociale situatie.

De laatste route van het schema hierboven, is de route waarbij niet één station wordt overgeslagen en waarbij de reactie ‘sociaal’ gepast is.

Voorbeeld

De moeder van één van de kids die ik begeleid heeft vandaag de 5km gerend bij de Ladiesrun in Rotterdam. Vanochtend ben ik met haar gaan kijken bij de start van de run. Ze was zich op de heenweg erg aan het afzetten, wilde niet mee, het was stom en er was niks leuks te doen. Ze wist niet goed wat haar te wachten stond en toen we aankwamen bleek het ook druk te zijn, harde muziek en veel mensen. Ik heb duidelijke afspraken gemaakt en gezegd dat we na de start weer weg zouden gaan. Tien minuten bij het evenement was genoeg, we hebben haar moeder bij de start gezien en zijn daarna naar huis gefietst. Tijdens het fietsen kwam ze al wat meer tot rust en kwam er langzaam weer een kleine lach op haar gezicht. Ik heb haar de volgende vraag gesteld: “Waarom zijn we hier naartoe gegaan? Voor wie was dit eigenlijk leuk?”… haar antwoord bevestigde mij dat deze kids echt wel inlevingsvermogen hebben. “Voor mama” was haar antwoord. Natuurlijk is het bij de één meer of makkelijker dan bij de ander, maar als je ze tijd en goede begeleiding geeft komt het er uit. Op hun manier.

Heb jij een mooi voorbeeld waaruit het inlevingsvermogen van jouw kind / leerling blijkt? Ik zou het geweldig vinden als je dat met mij wilt delen in een reactie onder dit blog ! Natuurlijk mogen vragen of andere aanvullingen ook altijd!

Oogcontact

Over het wel of niet maken van oogcontact kan ik heel kort zijn: Kinderen die de informatie door de ogen extra sterk binnenkrijgen, of kinderen die heel veel onverwerkte informatie in hun hoofd hebben, zullen weinig of geen oogcontact maken. Dit doen ze om te voorkomen dat er nog meer informatie bijkomt, ze willen zich concentreren op belangrijkere punten, zoals wat er gezegd wordt. Vraag een kind dus nooit om “je aan te kijken als je tegen ze praat”. Het is een beschermingsmechanisme en het zou veel kinderen helpen als ze eens gewoon lekker naar de grond mochten kijken terwijl iemand tegen ze praat.

 

Ondersteuning

Om sociale situaties voor kinderen met autisme makkelijker te maken, raad ik het zeker aan om op vroege leeftijd te beginnen met sociale vaardigheidstrainingen. De vaardigheden die geleerd worden tijdens zo’n training moeten ook zeker in de praktijk geoefend worden om de cirkeltjes op te slaan in het geheugen. Hieronder staan den van goede sociale vaardigheidstraingen of boeken erover.

 

WhatsApp Coaching voor persoonlijke vragen

Heb je na het lezen van de informatie op de website nog een persoonlijke vraag? Ik maak graag tijd om samen dieper in te gaan op een situatie. Maak hier direct een afspraak of kijk voor meer informatie op de pagina over WhatsApp Coaching!

[bookly-form category_id=”0″ service_id=”1″ staff_member_id=”1″ hide=”categories”]

Heb je de vorige blogberichten uit de serie ‘Autisme & …’ al gelezen?

Autisme en Jarig zijn
Autisme en Pubertijd
Autisme en Boosheid
Autisme en Vrije Tijd

Jonneke KoekhovenAutisme en Inlevingsvermogen

10 comments

Join the conversation
  • Annick - 14 juni 2015 reply

    Merci voor alle blogs heel goed uitgelegd, Ik heb juist de boeken “geef me de 5 en auti-commicatie” aangeschaf . Wat vind jij van deze methode “geef me de 5” kan je er ook is geen blog over maken

    Jonneke Koekhoven - 14 juni 2015 reply

    Hoi Annick, Ik zal hier binnenkort wat aandacht aan besteden!

    marjon - 14 juni 2015 reply

    Ik ben ook bezig geweest om geef me de 5 te lezen,maar vond het pittig om door te komen dusben er mee gestopt.daarom ben ik blij met deze blogs,vind ik zo veel duidelijker.

    Jonneke Koekhoven - 15 juni 2015 reply

    Ik zal wat betreft Geef me de vijf binnenkort een stukje schrijven zodat het wat duidelijker wordt.

  • marjon - 14 juni 2015 reply

    wat ontzettend duidelijk weer uitgelegd,dank je wel.Hebben pas hoier brainblocks met de begeleidster en kinderen gedaan,maar vind uw verhaal veel duidelijker.lees het met veel plezier en steek er erg veel vanop.

    Jonneke Koekhoven - 14 juni 2015 reply

    Beste Marjon, wat ontzettend leuk om te lezen! Bedankt

  • marion - 15 juni 2015 reply

    Halko Jonneke,

    Voorbeelden van mijn kinderen en inlevingsvermogen.

    Mijn zoon (asperger) zag zijn iets jongere zusje huilen. Haar verdriet was heel intens (ze heeft mcdd). Na een paar minuten kijken liep hij naar boven en kwam met zijn lievelings dolfijnknuffel. Liep naar haar toe en gaf dit aan haar. Melde daarbij dat ze zich dan wat beter ging voelen.

    Mijn dochter (mcdd) maakt af en toe chocoladetaart voor op school. Twee dagen terug vroeg ik of ze nu een nieuw soort gebak zoals appeltaart wil leren maken. Antwoord: mag ik glutervrije chocolade taart leren maken? Samuel kan nooit van mijn taart eten omdat hij geen gluten mag eten.

    Ze kunnen dus heel goed meeleven met een ander. Maar dat kan alleen als hun hoofd niet te vol is. Dan is er teveel info en de kans groot dat ze totaal niet reageren (zoon) of zelfs boos/sarcastisch (dochter). Gr. Marion

    Jonneke Koekhoven - 15 juni 2015 reply

    Hoi Marion, wat een prachtige voorbeelden! Ze sluiten mooi aan bij mijn verhaal. Op hun eigen manier laten ze het zien en het is heel fijn dat anderen dat ook opmerken.

  • Manon - 22 juni 2015 reply

    Hai Jonneke,

    Ik heb vandaag je blog ontdekt en vind het heel fijn dat je alles zo duidelijk beschrijft!
    Mijn zoontje is 3 en heeft op 2,5 jarige leeftijd de diagnose PDD-NOS gekregen. Hij heeft ook een taal ontwikkelingsstoornis waar hij op dit moment voor behandeld wordt in een peuterbehandelgroep van Auris.
    Zou je misschien een keer aandacht kunnen besteden aan een TOS in samenhang met autisme? En autisme en erfelijkheid vind ik ook erg interessant.

    Laatst viel mijn zoontje van de laatste 5 treden van de trap. Hij maakte een lelijke smak en het eerste dat hij zei, nog voordat hij ging huilen, was; “trap gevallen, dokter toe”. Ik vond dat zó’n typische reactie! Dat cirkeltje kon hij dus meteen oproepen.
    Hij vindt het ook bijzonder lastig om zich te laten troosten..

    Wij vinden het erg lastig om te bepalen welk gedrag leeftijdsadequaat is en welk gedrag hoort bij een kind met pddnos.
    Ik ga je blog zeker volgen. Ik ben nu al heel veel wijzer geworden, dankjewel!

    Jonneke Koekhoven - 25 juni 2015 reply

    Hoi Manon, TOS en erfelijkheid zal ik aan de orde laten komen! Ook het onderwerp over welk gedrag met leeftijd en welk gedrag met autisme te maken heeft is interessant om eens iets over te schrijven! Leuk om te lezen dat het blog je heeft geholpen. Dat is precies waar ik het voor doe! Bedankt voor je aanvulling!

Join the conversation

* Checkbox GDPR is verplicht

*

Ik ga akkoord met het privacybeleid van KOEKIE Autisme Begeleiding